
Ik bezweer u, ten overstaan van God en de Heere Jezus Christus, Die levenden en doden zal oordelen bij Zijn verschijning en in Zijn Koninkrijk: predik het Woord. Volhard daarin, gelegen of ongelegen. Weerleg, bestraf, vermaan, en dat met alle geduld en onderricht. 2-Timotheüs 4:1
Als gelovigen zijn wij geroepen om te getuigen van de heerlijkheid van onze Heere Jezus Christus (Hand 1:8) en moeten wij altijd bereid zijn om antwoord te geven van de hoop die in ons is (1Pet.3:15). Het is van zelfsprekend dat dat alleen mogelijk is als wij deze hoop werkelijk in ons hebben. Het is meer dan duidelijk hierdoor dat als wij willen getuigen van de Heere Jezus moeten wij Hem eerst kennen. Dat betekent dat wij wedergeboren moeten zijn (Joh.3:3) door geloof in de volbrachte werk van onze Heere Jezus Christus aan het kruis en Zijn opstanding uit de doden.
Als gelovigen die het evangelie verkondigen hebben wij een groot voorrecht en een grote verantwoordelijkheid. Voorrecht omdat wij geroepen zijn om de blijde boodschap te verkondigen aan verlorenen; wat ook iets is waarin zelfs de engelen hierin begerig zijn zich te verdiepen (1Pet.1:12), en verantwoordelijkheid omdat wij een hemels mandaat gekregen hebben, een boodschap die verschil kan maken tussen een ziel in hemel of een ziel in hel. Er is maar een weg naar eeuwige leven en dat is door onze Heere Jezus Christus, en alleen in Zijn naam is verlossing van zonde.
Er is maar een waar evangelie waardoor mens gered wordt, als hij gelooft met zijn hart in deze grote boodschap die aan ons is toevertrouwd vanuit de troon van God. Deze evangelie is eenvoudig en wij zijn gewaarschuwd om van deze eenvoud niet weg te lopen (2Kor. 11:3). Paulus waarschuwt ook voor een andere Jezus, andere geest en een ander evangelie (2Kori. 11:4) die Korinthiers niet aangenomen hebben. Het enige evangelie waardoor mens gered kan worden en Kornithieers wel hebben aangenomen, is geschreven in eerste brief aan Korinthe, in eerste vier verzen van hoofdstuk 15 waar staat:
Verder maak ik u bekend, broeders, het Evangelie, dat ik u verkondigd heb, dat u ook aangenomen hebt, waarin u ook staat, waardoor u ook zalig wordt, als u eraan vasthoudt zoals ik het u verkondigd heb, tenzij dat u tevergeefs geloofd hebt. Want ik heb u ten eerste overgeleverd wat ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, overeenkomstig de Schriften, en dat Hij begraven is, en dat Hij opgewekt is op de derde dag, overeenkomstig de Schriften. 1-Korinthe 15:1-4
Wij zien dat alleen omdat Christus Jezus, de Zoon van God gestorven is voor onze zonden, begraven is en dat Hij opgewekt is op de derde dag mens zalig kan worden. Door geloof met heel het hart in deze wonderbaarlijke boodschap in deze ontzagwekkende Redder wordt een mens wedergeboren, ontvangt Heilige Geest en daardoor wordt een kind van God (Rom. 10:9)
In het tweede brief van Paulus aan jonge Timotheus kunnen we veel instructies vinden die van toepassing zijn voor ieder die op straat staat om deze evangelie te verkondigen. In ons tekst in 2Timotheus 4:1 lezen wij dat Paulus bezweert Timotheus om het Woord te prediken. Het is belangrijk dat wij hele raadbesluit van God prediken (Hand. 20:27), Woord van God verkondigen zoals het is, zonder persoonlijke interpretaties en verwatering (2Pet. 1:20). Wij weten dat wij allemaal moeten verschijnen voor de rechterstoel van onze Heere Jezus Christus (2 Kor.5:10) en dat we ook moeten antwoord geven voor elke nutteloze woord op de dag van het oordeel (Matt 12:36). Het is belangrijk dat wij beseffen dat als wij in de landwegen en heggen staan om Christus te prediken dat wij ook daar staan en Christus representeren.
Laten we daarom ook denken aan het voorbeeld die wij geven aan ongelovigen en gelovigen die wij ontmoeten. De Heere Jezus is zachtmoedig (Num. 14:18), Hij is liefde (1Joh. 4:7) en Hij spreekt alleen de waarheid (Num 23:19). Als discipelen van de Heere Jezus zijn wij geroepen om Zijn voorbeeld na te volgen (1Joh 2:6) en door de kracht van Zijn Heilige Geest groeien wij in genade en kennis van onze Heiland (2Pet.3:18). Terwijl wij vallen en opstaan, zijn wij van dag tot dag veranderd om steeds meer op Hem te gaan lijken en stralen helder in deze duistere wereld (Mat.5:16). We zijn verantwoordelijk om te waarschuwen, hun die ordeloos leven terecht wijzen, de moedeloze te bemoedigen, de zwakken te ondersteunen en met allen geduld te hebben. (1Thes 5:14) Wij zijn geroepen om geen woordenstrijd te voeren (2Tim. 2:14), onheilige en inhoudsloze praat te ontwijken (2Tim. 2:15) en dwaze en onverstandige strijdvragen te verwerpen.
Wij zijn geroepen om met zachtmoedigheid en geduld ten werk te gaan, geen ruzie maken en vriendelijk zijn voor allen (2Tim. 2:25). Zo zijn we ook geroepen om te onderwijzen (2Tim 2:24-25). En dat geldt voor onderwijs tussen Christenen die wij ontmoeten en ook niet gelovigen. In ons tekst lezen wij dat we moeten weerleggen, dat is spreken tegen wat tegen de Woord van God gaat en gezonde leer. Dat moeten we doen met alle vrijmoedigheid en liefde. Daarom is belangrijk dat een gelovige die evangelie gaat brengen op straat verlangen om zijn kennis van de Schriften op te bouwen heeft (2Tim. 2:15) zodat hij elke foute leer kan door snijden met het zwaard van het Woord van God (Eph.6:17). Wij zijn geroepen om te vermanen, dat is in liefde aan te sporen broeders en zusters die wij ontmoeten op het juiste pad te blijven. Bemoedigen in goede dingen en grote genade van onze Heere Jezus Christus en aan sporen bij zonde of fout (2Tim. 3:17).
Een broeder of zuster die staat op straat om het eeuwige Woord van God te verkondigen heeft een groot voorrecht en een grote verantwoordelijkheid. Tegelijk tijd heeft Hij een grote God die zegt tegen Hem: “Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld.” Onze Heer heeft deze woorden gesproken nadat Hij de grote opdraag gegeven heeft aan Zijn discipelen. Als Hij met ons is, laten wij met vrijmoedigheid het woord van God verkondigen (Hand 4:29), wetend dat de Schepper van hemel en aarde naast ons is als wij het goede boodschap brengen tussen alle volken!
Liefde, genade en vrede,
Jure Ambroz